Fokreglement

De Nederlandse Flatcoated Retriever Vereniging staat voor gezondheid en karakter van Flatcoats. Dat is een van de uitgangspunten geweest bij de oprichting van onze vereniging. Wij stellen deze twee kenmerken trouwens bij elke Flatcoated Retriever voorop. Daarbij in het oog houdend dat de Flatcoated Retriever een jachthond is en deze voor die functie gefokt is. Maar de Flatcoated Retriever zal in de moderne tijd, in de meeste gevallen als huisdier, kameraad en als speelmaatje, in een huisgezin terecht komen

Gezondheid – geestelijk en lichamelijk – is een thema dat net zo belangrijk is in de fokkerij als schoonheid, uiterlijk en werkkwaliteiten. Dat is binnen de fokkerij het belangrijkste uitgangspunt, een Flatcoated Retriever kan er nog zo geweldig uitzien, geweldig presteren in de jacht, het mag niet zo zijn dat hij aan aan nare kwalen lijdt of een aangeboren karakterfout heeft.

Dit Verenigings Fokreglement is 7 April 2020 goedgekeurd door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied.

Rasspecifiek Fokreglement

1.  ALGEMEEN

1.1 
Dit reglement voor de Nederlandse Flatcoated Retriever Vereniging, hierna te noemen de vereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Flatcoated Retriever zoals deze zijn verwoord in de statuten en huishoudelijke reglement van de vereniging. Dit verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de vereniging op 13-04-2019. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de vereniging. 

1.2
Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de Vereniging voor de Flatcoated Retriever.

1.3 
Het bestuur van de vereniging verplicht zich de door de Algemene Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR) die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging. 
Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier in gebreke blijft. 

1.4
Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

1.5
Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

1.6
Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB) door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied In Nederland vindt plaats comform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

2.  FOKREGELS

Artikel VIII.2 KR in samenhang met de regels van de vereniging.

2.1. 
Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon.

2.2.
Herhaalcombinaties: De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 2 maal toegestaan.

2.1.1. Het feit dat pups zijn geboren als gevolg van een dekking die heeft plaatsgevonden in strijd met het gesteld in art. 3 welzijnsregels (Art. VIII.1 KR) staat opname in de Nederlandse stamboekhouding niet in de weg. 

2.2.
Herhaalcombinaties: De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 2 maal toegestaan. 

2.3. 
Minimumleeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden zijn. 

2.4.
Aantal dekkingen: 
Een reu mag maximaal 5 geslaagde dekkingen per kalenderjaar verrichten met een totaal van 10 geslaagde dekkingen gedurende zijn leven mits ca. 75% van de nakomelingen uit de eerste 4 dekkingen zijn onderzocht op de verplichte gezondheidsonderzoeken welke gelden binnen het ras.
Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is voortgekomen. NB 1: In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (art. VIII.14 KR), ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking. 
NB 2: Indien sperma wordt gebruikt voor een kunstmatige inseminatie (KI), telt dit mee als een dekking. 

2.5.
Cryptorchide en monorchide : cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

2.6.
Gebruik buitenlandse dekreuen:
Wanneer een lid van de vereniging voor een dekking een niet in Nederlands eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een FCI erkende stamboekhouding wil gebruiken dan dient deze bij voorkeur te voldoen aan de gezondheidseisen zoals deze door de vereniging gesteld worden.
Daar nog niet elk land dezelfde regels en/of normen hanteert, dient de buitenlandse reu minimaal te voldoen aan de voor het betreffende land geldende gezondheidseisen.

2.7.
Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen ):
Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven zijnde/of overleden dekreu dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.

3.  WELZIJNSREGELS (Artikel VIII.1 KR):

3.1 Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 24 maanden heeft bereikt. 

3.2. 
Een teef: waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt 

3.3. 
Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt. 

3.4. 
Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar vierde nest is geboren. 

3.5. 
Een teef mag niet worden gedekt als deze dekking tot gevolg heeft dat tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van deze teef geen termijn van tenminste 12 maanden zit. 

De definitie van een nest is: een situatie waarbij een teef uit één dracht één of meer volgroeide of onvolgroeide pups heeft voortgebracht, die al dan niet op natuurlijke wijze levend of dood zijn geboren.

4.  GEZONDHEIDSREGELS

4.1.
Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren:
Preventieve screening van ouderdieren moet, als het gaat om : HD onderzoek , ED onderzoek, oogonderzoek en doofheidonderzoek, plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.

4.2.
Verplicht screenings onderzoek:
Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren vóór de dekking worden onderzocht op:

4.2.1.
Heupdysplasie.

4.2.2.
Patella- Luxatie.

4.2.3.
Oogafwijkingen.ECVO onderzoeken.

4.3.
Aandoeningen.

4.3.1.
Heupdysplasie. Daar zijn de volgende combinaties toegestaan:
Tussen honden met FCI-beoordeling A en B mag elke willekeurige oudercombinatie worden gevormd.

4.3.2.
Patella luxatie. Daar zijn de volgende combinaties toegestaan:
a). Honden, die “vrij” zijn beoordeeld.
b). Honden, die “Graad 1” zijn beoordeeld mogen uitsluitend worden gepaard met honden die “vrij”zijn.
c). In het buitenland geregistreerde reuen, waarbij een uitslag niet mogelijk is, mogen uitsluitend worden gepaard aan “vrije” teven.

4.3.3.
Oogafwijkingen.

Uitslag oogonderzoek (voorlopig) vrij van PRA en cataract en er mag niet gefokt worden met ouderdieren, die geopereerd zijn aan erfelijke afwijkingen van of rond de oogbol.
De uitslag van het oogonderzoek bij de dekaanvraag mag niet ouder zijn dan 12 maanden met uitzondering van ICAA, deze uitslag mag niet ouder zijn dan 36 maanden.
a). PRA.
Niet fokken met lijders aan erfelijke PRA en evenmin met de kinderen van lijders aan erfelijke PRA.
b). Cataract.
Er mag niet gefokt worden met lijders aan erfelijke cataract en evenmin met de kinderen van lijders aan erfelijke cataract. c). Irido Corneale hoek Abnormaliteit (ICAA) 1. Tenminste één van de ouderdieren moet onderzocht zijn. 2. Indien bij een combinatie één ouderdier niet in onderzocht moet de partner vrij zijn van ICAA. 3. Er mag niet gefokt worden met honden met de uitslag ICAA “ernstig”.

4.4. Epilepsie. 1. Niet fokken met epilepsie lijders. 2. Niet fokken met directe nakomelingen van lijders. 3. Niet meer fokken met ouderdieren die 2 of meer nakomelingen hebben met epilepsie in verschillende nesten. 4. Niet fokken met dieren die 2 of meer nestgenoten hebben met epilepsie. 5. Combinaties van ouderdieren die epilepsie hebben gegeven niet herhalen. 6. Epilepsie verklaring dient van de specialist/dierenarts afkomstig te zijn. Het epilepsiebeleid wordt gebaseerd op meldingen van twee of meer verschillende honden met epilepsie en niet op één enkele melding.

4.5.
Diskwalificerende fouten.
Met honden met één of meer van onderstaande diskwalificerende fouten (volgens de rasstandaard) mag niet worden gefokt.
4.5.1 Honden in de kleurvariant geel, black and tan en brindle.
4.4.1 Agressieve of zeer angstige honden. 
4.4.2 Honden, die duidelijk fysieke of geestelijke abnormaliteiten vertonen. 

5.  GEDRAGSREGELS:

5.1.
Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.

5.1.1.
Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.

5.2.
Verplichte gedragtest:
Voor dit ras is een verplichte gedragtest niet van toepassing.

5.2.1. Voor inzet voor de fokkerij is het niet verplicht dat de beide ouderdieren een gedragtest afleggen, echter de vereniging zal de “jachteigenschappen” van de Flatcoated Retriever stimuleren.

5.2.2 De Nederlandse Flatcoated Retriever Vereniging verstrekt “pupinfo” voor maximaal 3 nesten per fokker en /of kennelnamen op het zelfde adres, per kalenderjaar.

6.  WERKGESCHIKTHEID:

6.1
Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidstest niet van toepassing

7.  Exterieurregels:

7.1
Kwalificatie.
Beide ouderdieren moeten minimaal twee keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie, en daar minimaal twee keer “Zeer Goed” op elke expositie hebben behaald.

7.2.
Fokgeschiktheidskeuring.
Fokgeschiktheidskeuringen zijn niet van toepassing.

8.  REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS:

8.1.
Ontwormen en enten:
De fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Paspoort voor Gezelschapsdieren.
De pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen te voorzien te zijn van een unieke ID transponder geplaatst door de Raad van Beheer.

8.2.
Aflevering pups:
De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van zeven weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moet minimaal 7 dagen zitten.

8.3
Koopovereenkomst:
Het is de fokker aan te bevelen om de verkoop van de pups schriftelijk vast te leggen door middel van een koopovereenkomst.

9.  SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN:

9.1.
Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

9.2
Gezondheiduitslagen, exterieur-, gedrags- en of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van de reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.

9.3
Door de vereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden vastgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de vereniging.

10.  INWERKINGTREDING:

10.1.
Dit Verenigingsfokreglement treedt in werking nadat het reglement is goedgekeurd door het bestuur van de Raad van Beheer conform de artikelen 10 HR en VIII. 5+6 KR.